Enkele blogposts

Trente

Lang geleden dat we nog eens in Trente waren, het huis van gastheer/sommelier David Daenens en chefs Bart Springael en Jos Crabbé, in het hart van Leuven. Van voor de inrichting werd aangepakt, als ik mij het goed herinner – en dat is toch al van ergens in 2016. Maar de makeover is geslaagd: blanke houten latten aan de muren, zachte aardekleuren, eenvoudige verlichting: het gaf meteen een heel rustgevende indruk, een Japanse sfeer zelfs. Soberheid, eenvoud, niets te veel op tafel of aan de muur. Een boeiend contrast werd het, met de toch wel ‘bustling’ sfeer die er die avond heerste: veel volk dat op hetzelfde moment binnenkwam, goed geluimd was en uitkeek naar fijne, gastronomische avond.

Met reden trouwens, want de avond zou heerlijk worden. Wat een feest werd er hier op het bord getoverd, die zaterdag! Wat een mooie, aansluitende – of net vinnig contrasterende – smaken werden gecombineerd. Wat een haast perfecte wijnkeuzes. Nee, excuus, het wáren gewoon perfecte wijnkeuzes. Het jaar is nog jong, maar als het menu dat wij mochten proeven eind februari kan doorgaan als visitekaartje van deze zaak, dan zeg ik: chapeau. Dit was hoog niveau, een niveau waar Leuven heel blij mee mag zijn. En dat voor zéér correcte prijzen.

Het begon al met de hapjes – bijna altijd een graadmeter van wat de chef (of chefs, in dit geval) in zijn mars heeft. Een gebakje van zwarte olijf, een lijnzaadkoekje met pompoenpitjes en structuren van pompoen, ravioli van chiochia (een Italiaanse rode biet) gevuld met verse wrongel en gel van rode bes en een bereiding van raapjes met crème van gerookte forel, eitjes van diezelfde forel en dressing op basis van karnemelk met kapucijnbladolie. Die hele mondvol werd begeleid door een champagne die je op een best koude februari-avond nodig hebt: een warm deken van pinot noir en chardonnay die de amuses mooi omsloot (Chartogne-Taillet). Kijk, daar worden wij instant blij van. En het deed ons reikhalzend uitkijken naar het vervolg.

Wij kozen voor heimg_2867t vijfgangenmenu en dat werd ingezet met een typisch Peruviaans gerecht: ceviche van goudbrasem, avocado, Granny Smith en limoen. Heel zomers of lenteachtig wel, horen wij u denken, en dat klopt – maar dat deerde allerminst. Een heerlijk frisse opener met smaken die voor mekaar geboren zijn. Elk stukje perfect gemarineerde vis tintelde op onze tong en zette onze smaakpapillen op scherp. De ceviche kreeg een Noord-Portugese vinho verde ‘Allo’ van Soalheiro als partner. Nu zijn we op zich niet zo’n enorm grote fan van vinho verde, maar op dit exemplaar bleek helemaal niets aan te merken, integendeel: fris in de aanzet, goed mondvullend en vooral perfect gematcht.

Tweede gerecht op ons bord was de lovefish skrei (het was ten slotte net na Valentijn) gecombineerd met aardappel, Spaanse ui en eidooier. Meteen een heel ander register – wat img_2871aardser, wat dieper van smaak, even terug naar de winter misschien, maar wel heerlijk zachte smaken die gecombineerd werden met een wijn die opnieuw prima was uitgezocht: de Amigos Airén van Torre de Barreda uit Castilla la Mancha in Spanje. “Geen fruitige wijn, maar eerder een wijn die het aardse benadrukt”, lichtte sommelier David toe – en zo was het precies. Intussen zaten wij al met een brede glimlach op ons gezicht – en dan moest de sint-jacobsnoot nog komen…

img_2872Want u moet weten: wij zijn redelijke suckers voor sint-jacobsnoten, op enkele voorwaarden wel: ze moeten kraakvers zijn, in het seizoen zitten en met de nodige kundigheid bereid worden. Spaar ons van de opgepompte, ingevroren exemplaren die met z’n tweeën of drieën op het bord verschijnen op een bedje van weet-ik-veel-wat. Maar geen vrees: hier verscheen één zorgvuldig behandeld en bereid exemplaar, comme il faut, met een soort couscous van geroosterde bloemkool en hazelnoot, poeder (jawel) van het koraal en een zalig zacht sausje erbij. Een toppertje, dat het palet van het vorige gerecht eigenlijk mooi voortzette.

img_2873Vervolgens was het opnieuw gejuich aan tafel: aan de overkant zat namelijk een grote fan van parelhoen – en u mag één keer raden wat er perfect gegaard, heerlijk sappig en geweldig uitnodigend klaarlag om te smelten in onze mond. Aangevuld met chips van aardpeer, crosnes (oftewel: uiterst gezellige knolletjes), een pureetje van dadel, poeder van koffie en jus van rozemarijn. Het was alsof we plaatsnamen voor de haard en heerlijk wegzakten in de zachtste aller sofa’s. Dat heet dan gelukkig zijn – zeker ook omdat de wijn, een prima Côtes du Rhône Villages, opnieuw perfect aansloot: niet te stevig, mooi kruidig, tikje animaal.

Het nagerecht ‘Red Love’ herinnerde ons er nog even aan dat Valentijn net achter de rug was, met de kleuren en de hartjes. Ach, niets mis met wat spielerei in het bord, zolang de smaken maar overtuigen. En dat deden ze. De yoghurt en witte chocolaimg_2874de zorgden voor een zalig velourse afsluiter, zonder overdreven zoet te zijn. Aan de overkant was er nog extra gejuich, wegens fan van een fijne zoete wijn bij het dessert en de chenin van Domaine Boutet Saulnier uit de Loire bleek opnieuw een prima partner; zeker niet te zoet, mooie frisheid.

 

 

Wat een zalige avond was dat zeg. De keuken van Trente volgen we al lang, van bij de start met Kwinten De Paepe lang geleden, over de overname door David, Bart en Jos. Maar na diep nadenken is onze mening dat dit het beste was wat we hier al aten. Heerlijk uitgebalanceerd in food en wine, uiterst professioneel bediend, een ode aan smaken die bij elkaar horen of de spanning net opvoeren omdat ze mooi contrasterend zijn. Knap gedaan, mannen in de keuken en in de zaal – veel respect voor jullie werk. Jullie maken van jullie zaak een absolute aanrader, in Leuven!

Trente, Muntstraat 36, 3000 Leuven – Tel. 016/20.30.30 – info@trente.be

 

Aanraders in de Champagne

Het voorlaatste weekend van oktober was het weer feest, want dan trok ik met goede vrienden Luc & Liesbet naar de Champagne! Altijd een tripje waar ik naar uitkijk! En hoewel het deze keer net iets anders uitdraaide dan verwacht, transportgewijs dan (lekke band, geen reservewiel, dure dépanneur, reddende engel uit België moeten laten overkomen met reservewiel…), hebben we het vloeibare goud gelukkig veilig en wel in België gekregen (want dat is toch het belangrijkste :-). En dus geef ik u ook graag kort mijn ervaringen mee. Een snel overzichtje, zonder al te veel technisch gedoe. Gewoon: wat vonden we lekker en mooi – en wat niet – en waarom.

  • Champagne Etienne Lefèvre – Verzy

20161101_230157We startten eigenlijk een beetje verkeerd: meteen in de Montagne de Reims. Verkeerd omdat we hier terechtkomen in het rijk van de pinot noir. Op tafel komen dan ook, op onze vrij nuchtere maag, direct enkele krachtige champagnes… Die ons niet meteen konden bekoren… Nochtans kreeg ik dit adresje van twee echte champagneambassadeurs: Peter Doomen en Gido Van Imschoot, twee heren die ik zeer waardeer en die er écht iets van kennen. Allebei schreven ze ook al over champagne, de eerste bracht zopas nog een handig boekje erover uit dat u zeker in huis moet halen als u naar de regio trekt. Soit, de eerste twee cuvées die we proefden vonden we alledrie niet ons ding. Maar champagne drie was wel raak: de blanc de noirs, een 100% pinot noir in een supermooie fles trouwens. Een aanrader voor wie van de stevigere én meteen ook complexere champ houdt. Prijs ter plekke: 17,20 euro.

Meer info: www.champagne-etienne-lefevre.com

  • Champagne Mignon Père & Fils – Vinay

20161101_230252Vinay ligt onder Epernay, ten zuidwesten zou je kunnen zeggen, wat tussen de Côtes des Blancs en de Vallée de la Marne in. We bezochten er een van de favorieten van Luc & Liesbet: Champagne Mignon Père & Fils. Zalige gastheer, heel ontwapenend en best goeie champagne hier – uitstekende prijs-kwaliteit. De Brut Tradition (van pinot noir en pinot meunier) tik je hier op de kop voor 13,90 euro; een heel correcte en eerlijke prijs voor een degelijke champagne, een allemansvriend. Mijn favoriet hier was de zeer toegankelijke en tegelijk verfijnde Brut Chardonnay: een blanc de blancs dus, 100 % chardonnay (vaak mijn lieveling, zo zal je merken). Zo’n flesje kost 15,20 euro – ook nog zeer democratisch voor een blanc de blancs. De andere champagnes, zoals de Brut Prestige en de Brut Sélection, zijn ook zeker niet mis, complexer, maar een mens moet nu eenmaal kiezen. Enfin, toch best als je niet té veel geld kwijt wil zijn.

Meer info: www.champagnemignon.com

  • Champagne Hostomme – Chouilly

20161101_230129Het dorpje Chouilly ligt in de Côte des Blancs en is gezegend met de titel Grand Cru – maar zo’n titel doet mij weinig (slaat historisch gezien op de kwaliteit van de druiven uit een bepaalde gemeente, maar ik denk dan: al zijn de druiven nog zo goed, je moet er nog altijd een goeie champagne van kunnen maken). Los daarvan is Laurent Hostomme een prima kerel die in zijn kleine, ietwat donkere degustatieruimte je snel en efficiënt laat proeven en tussendoor foetert op de Fransen die klaarblijkelijk steeds minder champagne bij de boer komen kopen. Gelukkig zijn er nog de Belgen! Mooie champagnes hier, waarbij de Grande Réserve (voor 18,70 euro) mijn favoriet was: opnieuw 100% chardonnay, lekker boterig in de neus, tikje karamel en zelf cacao in de smaak, rond en zacht, maar met een frisse finish. Complexe champagne, die drie jaar heeft mogen rijpen én waarvan een stukje op hout gerijpte basiswijn is gebruikt. Normaliter ben ik daar hoegenaamd geen fan van (zie ook hieronder), maar hier kan ik alleen maar zeggen: zeer geslaagd!

Meer info: www.champagnehostomme.fr

  • Champagne Pierre Moncuit – Le Mesnil-Sur-Oger

20161101_230101Uit een van de bekendste dorpen van de Côte des Blancs komt ook een best bekende naam hier in België: Pierre Moncuit. In het verleden al een paar keer bezocht, telkens goed bevonden, maar nooit echt wauw – ook gezien zijn iets hogere prijsklasse (richting 20 euro en meer). Maar deze keer zeer aangenaam verrast! Zijn Cuvée Hugues de Colmet (17,50 euro) is een prima, zéér lekkere blanc de blancs, met karakter, power maar ook verfijning en vooral: fraîcheur natuurlijk. De Cuvée Pierre Moncuit-Delos Grand Cru doet daar nog een schepje complexiteit bovenop – het werd mijn absolute aanrader van de trip! Maar… met zijn 20,50 euro ook de duurste van allemaal, dus kocht ik er maar enkele flesjes van. Hij bestaat trouwens ook in Extra Brut, voor de liefhebbers (lees: superstrak), maar dat vond ikzelf een tikje te hard. Nee, geef mij maar de brut van deze jongen en ik ben heel erg blij!

Meer info: www.pierre-moncuit.fr

  • Champagne Jean Michel – Moussy

20161101_230223Moussy ligt ten zuiden van Epernay en het dorpje huisvest mijn ‘huischampagne’ zal ik maar zeggen. Dit is het huis waar ik jaar na jaar champagne aankoop en nog nooit teleurgesteld ben geweest. De reden is eenvoudig: hier wordt prima prijs-kwaliteit champ gemaakt! De prijzen zijn natuurlijk gestegen door de jaren heen, en dat begin je te voelen, maar desalniettemin blijf ik dit huis aan iedereen aanraden. Behalve dan… voor hun houtgelagerde champagnes – écht niet mijn ding (maar voor andere mensen dan weer wel). Tegenwoordig laten ze ook een stukje van hun gewone Carte Blanche Brut op hout rijpen en… ik vind het resultaat minder geslaagd. Ook in Extra Brut. Jammer. Maar wat ik u wel vurig kan aanbevelen: hun Blanc de Chardonnay en hun Blanc de Meunier. Twee totaal verschillende champagnes, maar superlekker én allebei millésime-champagnes. Van één jaar dus én tegelijk langer gerijpt in de kelder (vier jaar en meer – top!). Dat zorgt voor extra complexiteit en dat aan een prijs van 16 euro per fles (vanaf zes flessen). Onklopbaar, denk ik zo. En twee van mijn absoluut favoriete champagnes. O ja, misschien nog even meegeven: de gastvrouw is heerlijk joviaal én een echte spraakwaterval. Combineer dat met mooie champagnes en je weet dat je voor dit huis toch even tijd moet uittrekken :-).

Meer info: www.champagnejeanmichel.fr

In elk geval, als je naar de Champagne gaat: veel proefplezier gewenst! En o ja: als je lekker wil eten > dit zijn mijn twee favoriete adressen: Le Jardin in Reims (= de brasserie van sterrenkeet Les Crayères) en La Table de Kobus in Epernay. Smakelijk!

Nieuw wijnboek in aantocht!

Nou! Meer dan een jaar geleden is het dat ik hier nog eens iets schreef… Jeetje. Maar: ik heb een goed excuus. Al sinds november 2014 ben ik intensief bezig geweest met…. een nieuw boek! En het is verdorie een vette kluif geworden, ik ben er het afgelopen anderhalf jaar echt ongeveer élke dag mee in de weer geweest (nou ja, ongeveer hé :-), maar gelukkig nadert het werk stilaan zijn einde. Het manuscript werd in april binnengeleverd bij de uitgeverij, de eerste proef is intussen klaar en dus kan ik je weldra – met enige trots – de komst aankondigen vannnnnnnnn…. mijn nieuwe wijnboek! Hoera! Feest! Toeters! Bellen! Confetti!

cover wijnDat nieuwe boek, waarvan je de cover hiernaast ziet, heet dus Wijn in België. Genieten. Ontdekken. Proeven. Beleven en is maar liefst ze-ven-en-der-tig millimeter dik. Dat vind ik toch belangrijk om even mee te geven; ik heb immers nog nóóit een boek van 37 mm dik geschreven. (Feest! Toeters! Bellen! Confetti!) Het zal ook een harde kaft hebben met zo van die geinige ribbels erop. Ook dat is een niet onbelangrijk detail: ik ben daar namelijk redelijk tuk op, op boeken van 37 millimeter met een harde kaft met ribbels. (Ik geef het maar even mee.) Ma-haar: wat staat er nu innnnn, hoor ik je denken! Een samenvatting van het beste/leukste/fijnste/avontuurlijkste wat je op wijnvlak kan beleven in België! Zowel in Vlaanderen, Brussel én Wallonië.

In meer dan 400 pagina’s geef ik je meer dan 200 tips van adressen waar je wijn geweldig kunt gaan beleven. Dat wil dus zeggen: de gezelligste wijnbars, de fijnste wijnrestaurants, de boeiendste wijnevents, de interessantste wijnhandels, de lekkerste wijnproeverijen, de tofste wijnclubs, de onmisbare wijnopleidingen, de knapste wijndomeinen enz. Er komen natuurlijk ook flink wat wijnpersoonlijkheden aan bod (ook bloggers uiteraard) én ik vertel telkens een stukje achtergrond – de essentials die je moet weten (wat de achtergrond is van deze of gene wijnbar bijvoorbeeld, wie erachter zit, welke wijnen geschonken worden, wat de wijnfilosofie is enz.) Enfin, dit boek wil een stevige poging doen om de wijnwereld in België in beeld te brengen. Een soort gids of roadtrip dus door wijnminnend België, met tientallen plekken en personen die je als (beginnende/gevorderde/volbloed) wijnliefhebber zéker niet mag missen.

aanbieding wijnVoor het boek werkte ik samen met een heuse jury van wijnprofessionals en diehard liefhebbers, die mij massa’s tips bezorgden. Ik maakte er een samenvatting van en vulde ze aan met mijn persoonlijke favorieten. Het verhaal van die mensen en plekken krijg je in het boek – het is dus zowel een gids als een naslagwerk, een soort wijnopedia van België, als ik eventjes heel ambitieus mag zijn. Trouwens: het prille idee ervoor kwam van Cera: zij houden elk jaar een in-druk-wekkende wijnverkoop voor hun vennoten en dat bracht hen tot bij mij en Davidsfonds/WPG uitgevers om het boek samen te stellen.

O ja, en dan vergeet ik nog bijna te zeggen dat er ook ge-wél-di-ge foto’s instaan, van Thomas De Boever. Een boom van een kerel, die Thomas, en zijn foto’s zijn al even stevig! Right on, je zal wel zien.

Het boek verschijnt begin september en ik ben er nu al apetrots op :-). Ik hoop heel erg dat het jullie kan bekoren en vanaf nu ga ik er natuurlijk continu over leuteren op mijn Twitteraccount en op deze website. Hier kun je de korte inhoud alvast lezen en over anderhalve maand… ligt ie gewoon in de boekhandel! Hoera! Toeters! Bellen! Confetti!

EssenCiel: eindelijk weer sterrenniveau in Leuven!

Nou, vrienden en vriendinnen van de gastronomie, er past enig tromgeroffel en trompetgeschal want… ik heb  afgelopen weekend het diner van het jaar beleefd (so far natuurlijk, want we zijn nog maar mei :-). En nog wel in Leuven, dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht… U weet misschien al dat ik af en toe wat culinair foeter op mijn geliefde stad, wegens nog steeds niet echt véél fantastische eetplekken. Maar het gaat de goede kant op, merk ik. En ook wat sterrenniveau betreft is er goed nieuws – en dat nieuws heet volgens mij: EssenCiel.

Het is altijd dangereus om op basis van één restaurantbezoek boude uitspraken te doen over sterrenniveau of niet en misschien valt het een volgende keer tegen – of heeft u er zelf al mindere ervaringen achter de rug, maar toch: als de jonge chef Niels Brants (25) elke dag kookt als afgelopen zaterdag en de prijzen op dit aangename niveau blijven, dan kan Michelin hier wat mij betreft niet omheen in zijn volgende editie van de rode gids. Ik vertel u graag waarom.

EssenCiel is de vroegere Oesterbar in de Muntstraat (indertijd een absolute lieveling van mij) maar dan helemaal opnieuw aangekleed en ingevuld. De keuken is nog altijd even klein, net als de rest van het restaurant. Maar daardoor zit je ook altijd dicht bij de chef, weliswaar zonder dat je er een benauwd gevoel krijgt: de afstand tussen de tafels is oké, over de opstelling is goed nagedacht. De sfeer is cosy, met niet te veel licht en tauperige kleuren. Smalle, horizontale spiegels zijn goed geplaatst waardoor je toch iets meer ruimtegevoel krijgt. Er is weinig decoratie, maar dat is op zich niet slecht, want anders wordt het toch maar druk in zo’n kleine ruimte.

Wij werden door de sommelier vriendelijk verwelkomd zaterdagavond en kregen een mooie plek in het achterste deel van het restaurant. Wat direct opviel was de ruwe donkere, houten tafel en het bestek: strak, fijnzinnig én apart. Ik had meteen een goeie indruk; mijn eerste gevoel was: hier is over nagedacht. Over alles trouwens, dat bleek later ook in het bord – en ook voor een groot stuk in het glas.

Qua aperitief kozen we met z’n allen voor de champagne Cuperly, een heerlijk strak glas (‘brut nature’ meldde de sommelier, maar dat vond ik niet terug op de website) met toch meer dan genoeg body. De mooie champagne werd wel erg koud geserveerd, net zoals de rest van de witte wijnen. En ook de rode eigenlijk. Dat is meteen één van de kleine puntjes van kritiek die ik zou kunnen hebben: de wijnen mochten allemaal ietsjes warmer, ook de rode, zodat ze niet zo gesloten in het glas komen.

IMG_4712Maar laten we het hebben over belangrijker zaken, zoals daar zijn: de hapjes. Wat een parade werd me dat! Vier met erg veel zorg bereide mini-gerechtjes volgden mekaar in snel tempo op en ik bespaar u alle ingrediënten en details (ook omdat ik ze gewoon niet onthouden heb), want anders bent u hier morgen nóg aan het lezen. Nou ja, goed, eentje dan, omdat het er zo geinig uitzag: een hapje met inktvis, fideuà pasta, chips van fideuà pasta en een mini-inktvisje aan de rand, gemaakt van een reductie van inktvisbouillion. Genieten! Het was meteen een goeie indicatie van wat zou volgen: een erg vernuftige, bewerkelijke keuken waar er veel dingen op het bord komen die samen toch een mooi smaakgeheel vormen en mekaar ondersteunen. En dat af en toe met een geestig detail dat de jeugdigheid van de chef onderstreept – zie ook lager: de lippen bij het eerste nagerecht.

FullSizeRenderBon, over naar het eerste voorgerecht: dat werd kraakverse haring, gemarineerd, met radijsjes op diverse wijzen, vosbes (nog nooit van gehoord) en een vinaigrette van watermeloen. Die vinaigrette was trouwens niet zomaar een vinaigrette: toen ik naar de samenstelling ervan vroeg, passeerden diverse azijnen de revue en ze werd zo mooi op het bord gebracht dat er haast een echt yin-yangeffect ontstond. Een pareltje, zowel in uitzicht als in smaak – fris, bitter, zilt in een erg boeiende mélange. De wijn die hierbij kwam was een bescheiden Zuid-Afrikaanse pinot gris die dus te koud werd geserveerd en waarvan ik de pairing niet meteen snapte – ik zou hier eerder voor een strakke grüner veltliner gegaan zijn of een lekker mineralige sauvignon uit de Loire. Maar los daarvan nam het gerecht zelf ons meteen mee richting hogere sferen – zo zalig!

IMG_4714Het tweede voorgerecht bespeelde een heel ander register: veel rijker, met een uitmuntende langoustine, witte asperge, lardo (rugspek), een mousseline van lavas en krokante haver. Van fris, puntig en ziltig doken we onder in rijk en smeuïg. Onze smaakpapillen zagen alle hoeken van de kamer en waren daar dolblij mee! Aangevuld met perfect gematchte Spanjaard in het glas (Abel Mendoza, Jarrarte, viura-malvasia-garnatcha blanca) werd dit meteen al een hoogtepunt.
Nog niet goed bekomen van de edele langoustine, was daar al de zeebaars met broccoli, kamut (oude graansoort) jonge koolscheuten, kokkels en boterjus met ponzu. Daarbij kwam een Hongaarse wijn in het glas (Kreinbacher) van de voor mij totaal onbekende Juhfark-druif. Dit gerecht was iets minder krachtig dan het vorige en daardoor kwam het een beetje in de schaduw ervan terecht, maar ik herinner me wel nog steeds het frisse van de koolscheuten versus het zachte van de vis en de boterjus, aangevuld met het knapperige van de kamut. Heel leuk in de mond, mooie match ook met de Hongaarse wijn.

IMG_4716Vervolgens was het tijd voor de pièce de résistance: het Holsteinrund. Dat kwam perfect rosé gebakken in een mooi ensemble met paksoi maar ook met een zijgerechtje: rendang, een Indonesisch mini-stoofpotje van rundswangetjes. En hopla, onze papillen wéér aan het dansen! Niels Brants (ex Nuance trouwens!) slaagde erin om ons van de ene keuken naar de andere te laten swingen, tussen een veelheid aan ingrediënten, kruiden en bloemen door zonder dat je je afvraagt: wat is dit nu allemaal? Gewoon omdat het paste, omdat het mekaar aanvulde en elke keer weer een smaakbommetje was. Wat! Een! Feest!

 

En het was lang niet gedaan. Twee nagerechtjes hadden we nog tegoed waarbij vooral het eerste met de Ciflorette-aardbei zal bijblijven (met citroen, amandel en boterkoek van lemon myrtle – een citruskruid, zo leer ik van Wikipedia). Vanwege de smaak, maar ook vanwege de leuke presentatie met die lippen. Afsluiten deden we met kokos, limoen, mirin en (het Aziatische) pandanblad en daarna nog enkele hemelse pistachegebakjes, versgebakken madeleines én overheerlijke warme wafeltjes bij de koffie. O nostalgie! Waarna we even niet meer wisten waar we het hadden… Wat was dát voor een rollercoaster geweest zeg?

IMG_4718Niels Brants is een mixologist in de keuken. Hij jongleert met smaken, kruiden, bloemen, ingrediënten. Laat traditie blenden met techniek, het Westen met het Oosten, het verleden met het heden op zo’n manier – en dat is belangrijk – dat het ook écht steek houdt. Wat een jong talent. Wat een keuken. Ik was erg onder de indruk. (Maar dat had u intussen al begrepen :-).

Misschien één mini minpuntje, dan toch nog: ik miste wat fierheid in de zaal (is het nog onzekerheid?) en ook een tikje jovialiteit. Niet dat het er niet vriendelijk aan toeging, maar misschien ietsjes meer interactie ware leuk geweest: het menu eventjes voorstellen aan het begin (gebeurde niet), wat vaker expliciet vragen hoe het was, wat meer in gesprek gaan en ja, misschien toch een kort tourneetje van de chef door het restaurant op het einde – dan zou het helemaal perfect geweest zijn. Maar hé, wij klagen niet. Integendeel: wij zijn vijf dagen later nog steeds euforisch. Prijs/kwaliteit was dit een meer dan prachtig diner. Leuven heeft eindelijk nieuw sterrenpotentieel, ik geef het u op een blaadje.

Foodies On Tour: je leven omgooien voor een food truck

foodiesontourStel je het volgende voor. Je bent 46 jaar en je hebt een mooie job – een kaderfunctie met alles erop en eraan. Een fijne man, leuke kinderen, mooi huisje, alles loopt lekker. En toch beslis je plots om je leven helemaal om te gooien en… met een food truck te beginnen, hier in Vlaanderen of all places, waar een rijdende keuken toch nog steeds een rariteit is. Ziedaar het verhaal van mijn goede collega Conny Van Wauwe. Twee jaar geleden startte ze bij het Davidsfonds als directeur financiën en logistiek, inclusief personeelsbeleid. Eind april 2015 zal ze ons verlaten en staat ze voor het eerst in haar leven in een blinkende nieuwe zwarte food truck, Foodies On Tour genaamd. Op festivals, feesten en allicht nog tal van andere gelegenheden. Ik wist even niet waar ik het had, toen ze het me vertelde, op een blauwe maandag. Daar stond ik, aan de grond genageld. “Jij? Een food truck?”, vroeg ik met kanjers van ogen. “Yep!” klonk het trots aan de overkant – en er verscheen de breedste glimlach die ik in tijden gezien had.

Broodjes waarover nagedacht is

connyEen paar maanden later zit ik met Conny aan tafel – afgelopen maandag was dat. De living is intussen omgebouwd tot een halve stockageruimte voor papieren bordjes, bestek en aanverwanten. Op tafel ligt een Atoma-schriftje met schetsen van de truck, in de keuken wordt druk gekookt. Want ik ben hier voor een avant-première: een proeverij van de ‘soups, salads & sandwiches’ die u binnenkort ook kan proeven. “Dat is mijn concept,” vertelt Conny, ” ik wil gourmet-broodjes serveren, vers, met kwaliteitsingrediënten, broodjes waarover nagedacht is. En daarnaast salades en soepen die ik kan aanpassen aan het seizoen. Of aan mijn goesting van het moment. Het wordt geen doorsnee kost, maar iets waar mensen écht van kunnen genieten, met mijn stempel erop.”

Niet alleen over de broodjes is stevig nagedacht trouwens, Conny heeft haar jarenlange ervaring van structureren, budgetteren en prospecteren meegenomen in haar nieuwe avontuur – dat blijkt eens te meer als ik haar supergedreven hoor vertellen. Maar toch. Toch is de eerste vraag die je stelt: waarom in godsnaam je carrière laten voor wat ze is en ‘in een kraam gaan staan’ zoals haar zoon het eerst een beetje onwennig bekeek. “De beslissing om dit te doen heb ik anderhalf jaar eerder al genomen,” bekent Conny, “al speel ik misschien al 15 jaar met het idee om iets in de horeca te doen. Eten is altijd belangrijk geweest in mijn leven. Ik kreeg lekker eten en daarvan genieten mee van mij moeder, die altijd keihard haar best deed om goeie kost op tafel te brengen. Ik ben opgegroeid met gastronomie en daar wil ik nu iets mee gaan doen. Na jarenlang een job met mijn hoofd gedaan te hebben, bekroop mij het gevoel: is het dat nu? Want ik werd er niet meer gelukkiger van. Integendeel: aan sommige aspecten begon ik mij meer en meer te ergeren. Ik wou eindelijk eens iets met mijn handen gaan doen. En daarom dus: de food truck.”

Geen plan B

foodiesontour2Iets met je handen gaan doen is één zaak, een food truck is nog andere. Het fenomeen is nog heel erg groeiend in Vlaanderen en België. Nederland gaat ons erin voor – daar is al een hele scene en ze hebben er zelf een heus ‘Weekend van de Rollende Keukens’, in Amsterdam. En in de VS zijn food trucks natuurlijk allang ingeburgerd: in de grote steden à la New York zijn ze alomtegenwoordig (én lekker én goedkoop – ik maakte er ooit een reportage over in 2008, voor De Standaard) en bestaat er zelfs zoiets als een Oscaruitreiking voor street food: de Vendy Awards. Maar hier bij ons? “Toch wel”, zegt Conny overtuigd, “het is een markt die echt booming is – daarom was het ook nu of nooit. Je hebt ook bij ons een aantal festivals: het Brussels Food Truck Festival, Barrio Cantina, Food Farm Fiesta en Dimange in Antwerpen. En op alle vier zullen we aanwezig zijn!”

Daar kijk ik van op: Barrio Cantina in Antwerpen had ik al bezocht, maar veel echt Belgische food trucks zag ik er niet. Toch is Conny ervan overtuigd: de Belgische markt is er klaar voor. “Ik heb geen plan B”, zegt ze, “maar ik ben er zeker van dat het zal lukken. Ik wil ook naar mijn klanten luisteren, ik wil zien wat ze willen en mij aanpassen en inpassen in de Vlaamse markt.” Conny spreekt vol vuur, terwijl partner en kinderen trots toekijken. Maar misschien ook wel met een tikje een bang hart, want zo’n beslissing moet toch wel wat impact hebben. “Financieel is het een weloverwogen risico – het is een investering, maar ook geen op leven en dood. Privé heeft zoiets natuurlijk wel impact. Uiteraard heb ik een en ander eerst grondig doorgesproken met mijn gezin. Ik weet dat ik moet werken op momenten dat anderen vrij zijn – maar dat deed ik in mijn vorige job ook al. En bovendien zijn de kinderen nu al wat ouder, ik vind het helemaal het juiste moment. Trouwens: mijn man weet al langer dat dit mijn droom is; een complete verrassing was het dus niet, ook niet voor de mensen die mij goed kennen.”

Van broodje bal tot frisse quinoasalade

Bon, interessant verhaal was dat, maar uiteindelijk wil ik wel eens weten hoe het allemaal smaakt. Voor de drank heb ik een klein beetje mee mogen zorgen: de wijnen die Foodies On Tour zal serveren, heb ik mee geselecteerd bij de lokale wijnhandel. En ik kan u zeggen: u krijgt geen prutswijn in uw (plastic) glas. Een eerlijke rode en witte, binnen natuurlijk een commercieel haalbare prijsvork. Twee keer allrounds ook, die hopelijk veel mensen kunnen bekoren en passen bij veel gerechten. De witte is een Franse zuiderling geworden, uit de Gascogne: de UBY, een assemblage van colombard en ugni blanc. Frisse, uitgesproken fruitige wijn, mooi in balans, met lekkere zuren, sappig en vol pompelmoes en groene pruimpjes. De rode is een Spanjaard, uit het noorden van Spanje, van de garnacha: de Baltasar van Bodegas San Alejandro: een heerlijk zachte maar tegelijk stevige kerel, bomvol fruit, genre cassis en pruim.

  • quinoa
    Quinoasalade

    Over naar de broodjes dan. Of beter de salades. Als eerste proevertje komt de quinoasalade met gegrilde aubergine, courgette en paprika voor mijn neus, aangevuld met avocado en granaatappel en afgekruid met koriander, munt en een limoendressing (6 euro). Ik voel me even in een paar zuiderse en Midden-Oosterse sferen tegelijk: wat een smaakbommetje! Veggie maar tasty. Fris ook, al had ik er zelf een tikje meer limoendressing bij gedaan, zodat het samenspel van gegrild en fris nog leuker werd. Maar lekker hoor, echt wel.

  • IMG_4619[1]
    Broodje Kalfs
    Volgt daarop een panini met kalfsvlees, rode pesto, mozzarella, salie en rucola (7 euro). Italiaans en elegant, subtieler van smaak, maar zeker ook een hartige hap. Vooral de salie laat zich opmerken – wat misschien een tikje gewaagd is, want je hebt voor- en tegenstanders. Ik vind dat die het goed doet, samen met de rucola, en dat de rode pesto het geheel lekker juicy houdt. Geen al te nadrukkelijke smaakbom, deze vriend kalfs, maar wel een gewoon lekkere, zachte hap.
  • Broodje Bal

    Het derde gerecht wordt voor mij meteen de ster van de avond: het – nu al beruchte – Broodje Bal (Newsmonkey schreef er al over nog voor het gelanceerd werd). Ik noem het meteen de ultieme metalfestivalsnack, want jongens: is dit broodje pittig zeg! Pikant, jawel, maar ook zóveel smaak in je mond. Lekker smeuïg ook, wegens sausje van tomaat en cheddar. Maar de sterren zijn natuurlijk de balletjes: op basis van gehakt met rode ajuin, look, platte peterselie, Parmezaanse kaas en chilipeper. Jie-haa, dit broodje heeft echt ballen aan zijn lijf! (6 euro)

  • Broodje Entrecôte
    Broodje Entrecôte

    Tot slot maak ik ook nog kennis met het broodje entrecôte. Een heerlijk en eerlijk, zalig saignant gebakken stukje vlees, afgewerkt met een tomaten-paprikasalsa, rucola en een sausje van mierikswortel. Opnieuw een lekker sappig broodje waar vooral de mierikswortelsaus een heerlijk pittige toets aan geeft. Voor mij hoeft de salsa zelfs niet: stukje vlees, rucola, mierikswortel – klaar. Maar anderzijds voegt ze ook nog wel wat extra smaak toe – aan u om te ontdekken. (7 euro)

Nou, ik ben onder de indruk. Van de moed en durf van Conny, om hiermee te beginnen, eind april al. Van de duidelijke trots en blijheid van haar familie. Van de gerechten die me écht wel gesmaakt hebben. Van haar zorg om goeie, kwaliteitsvolle snacks te brengen ‘on wheels’. Ik vraag haar nog één ding, een beetje schoorvoetend, want eigenlijk hoor je het daar niet over te hebben tegenover een vrouw. Of ze zich wel thuis zal voelen in zo’n rock-‘n-rollwereld van vooral jonkies. “Zeker!”, lacht ze. “Jongere mensen inspireren mij, ze geven mij energie, ze bekijken dingen met een frisse blik. Ik kan nog veel leren van jongere mensen!” Kijk, dát horen wij dan weer graag :).

Ik wens Conny alle succes van de wereld toe. Go!

Foodies on Tour, door Conny Van Wauwe uit Sinaai – Contact: hello@foodiesontour.be – www.foodiesontour.be – @foodiesontour

Mijn vijf beste restaurants van 2014

God, wat heb ik weer lekker gegeten dit jaar! Op heel wat plekken, in binnen- en buitenland. En het is uitgerekend in dat buitenland dat ik opnieuw ontdekte wat voor geweldige chefs we eigenlijk hebben. Veel respect voor hen! Ik ben dit jaar voor het eerst in mijn leven naar Hong Kong gereisd, heb er intens van genoten, ben daar lekker gaan eten – gewoon én haute cuisine – maar moest achteraf gewoon concluderen: mieljaar, we hebben het hier goed! Daarom, ter afsluiting van 2014, de vijf plekken waar ik het meest van genoten heb dit jaar.

1. Pure C, Cadzand-Bad

Dé revelatie van 2014 voor mij. Ik weet het, dit restaurant bestaat al langer en de recensies waren al lovend, maar dit jaar was mijn eerste keer. Merci grote baas Sergio. Merci chef Syrco. Merci sommelier Lotte. Merci om mij zowat de perfectie op culinair gebied te laten ervaren. Wat een uitgebalanceerde gerechten. Wat een perfect gepaste wijnen – tot het nagerecht toe. Wat een heerlijke setting. Wat een zalige sfeer. Stel dat ik zou sterven na zo’n restaurantbezoek: wel, ik zou tevreden zijn.

 2. De Kristalijn, Genk

Begin dit jaar kreeg ik koude rillingen in dit restaurant. Ik had een tafeltje net voor de open keuken en zag de chef bezig. Ubercool. Beheerst. Vakkundig. Gedreven. Passioneel. Af en toe keek hij op om zijn werk gade te slaan, om te zien of zijn gasten wel genoten. Ik kan je bevestigen, beste Koen Somers, ik heb genoten. En hoe. Je bracht me een puntige keuken met karakter en durf in een haast grootstedelijke setting (buiten was het donker, dus ik kon het groen niet zien :). Genk mag trots zijn op De Kristalijn; hier wil ik zo snel mogelijk opnieuw naartoe.

3. ’t Zilte, Antwerpen

Een mens zou elk jaar één keer naar ’t Zilte moeten gaan. (En er eerst voor sparen, dat ook.) Waarom? Omdat dit restaurant je als Belg, als Vlaming vervult van trots. Dit is waartoe we in staat zijn: een keuken op topniveau, in een prachtige setting, met zicht over het water en de stad Antwerpen, aangevuld met een perfecte bediening. Hoezeer heb ik daar genoten. Merci Vicky Geunes & team, jullie zijn eigenlijk gewoon een stuk van de Belgische Culinaire Rode Duivels!

4. Publiek, Gent

Dit voorjaar opende Flemish Foodie Olly Ceulenaere zijn Publiek in Gent en in september mocht ik er gaan zaken-eten. Wat een geweldige lunch werd dat zeg! Wat een rock-‘n-roll brengt de chef hier in de Belgische keuken! Ik tweette het toen al: dit is een voorbeeld van gastronomie, van hoe een brasserie 2.0 er anno 2014 moet uitzien. Gelukkig heeft Michelin dat ook begrepen: zopas kreeg Publiek zijn eerste ster. Geheel terecht – hoog tijd dat de sterren ook wat meer rock-‘n-roll worden!

5. Rossi, Leuven

De Italiaanse keuken: ik ben er gek op! Zó gek! Maar waar kan je ze nog authentiek vinden? Of nog beter: vernuftig. Zo met wat peper-in-de-poep, waarvan je zegt: jahaa, zó wil ik nog wel Italiaans eten. Wel, bij Rossi kan het. Er zijn nog verbeterpuntjes – ik vind zijn wijnen nog niet je dát, de selectie kan beter en goedkoper – maar het Menu Sorpresa van Rossi heeft mij dit jaar zeker drie keer van mijn sokken geblazen. Eenvoud en vernuft gecombineerd, door een chef waarvoor het woord aimabel is uitgevonden. Mijn Leuvens lievelingsadres van 2014!

Laat dat een beetje mijn top-5 zijn. Daarnaast heb ik eind dit jaar ook wel geweldig gegeten bij 6 Zinnen in Hasselt en verdienen Gusto in Genk en Herbert Robbrecht in Beveren ook nog een extra vermelding. Het eerste omdat het me ook dit jaar weer een paar keer geweldig opgetogen naar huis liet vertrekken (met speciale vermelding van de uitstekende bediening) en het tweede omdat ik dáár beter gaan eten was voor de verjaardag van mijn moeder: het was er klassiek ja, een tikje barok ook qua bereidingen, maar lékker jongens, echt lekker!

Hopelijk kan dit lijstje u boeien, en misschien inspireren. Laat me zeker weten als u in een van bovenstaande adressen gaat eten – want ik wil weten wat u ervan denkt. En dan wens ik u bij deze een fantastisch 2015 toe, vol culinair genot! Laat het smaken!

Figaro Hasselt: een ontgoocheling

Een kleine maand geleden vroeg ik raad op Twitter: welk gastronomisch restaurant in Limburg moest ik kiezen om mijn moeder mee te verrassen voor haar 75ste verjaardag? Zelf had ik meteen aan Magis in Tongeren gedacht, maar dat was moeilijk op zondag 16 november omdat er die dag uitzonderlijk alleen maar een erg uitgebreid menu geserveerd werd (en moeder houdt het liever niet té lang en houdt van wat keuze :-). En dus kwamen er heel wat suggesties mijn kant uit van collega-foodies @winnyT, @be_gusto, @krislismont en @peterkupers. Passeerden de revue: 6 Zinnen, Innesto, De Mijlpaal, De Kristalijn, La Source, JER, Vous lé Vous, Vivendum, Aan tafel bij Luc Bellings, Mardaga en Mondevino. Altijd weer geweldig, raad vragen op Twitter – de fijne suggesties vliegen letterlijk je kant uit. Waarvoor heel veel dank trouwens!

En toch… Toch koos ik uiteindelijk voor Figaro in Hasselt. Dat restaurant stond initieel al op mijn lijstje omdat ik op zoek was naar iets elegant klassieks voor ma en pa (die wel gesteld zijn op de klassieke keuken en dito decorum) en omdat de beschrijving in Gault&Millau veel goeds beloofde: klassiek, prijs-plezier, een 16 op 20. Dat leek me wel snor te zitten. What a mistake to make! Ik had – zoals steeds – veel beter naar de suggesties van mijn collega-twitteraars geluisterd. Want jongens, wat een ontgoocheling werd die Figaro!

Het begon eigenlijk al bij het binnenkomen: een koele ontvangst zette meteen de toon. Maar er was ook hoop: de ietwat oudere kelner-met-snor was gelukkig de jovialiteit zelve en leidde ons naar een tafeltje-in-een-hoekje in de toch wel erg grote villa. Die villa aan de rand van Hasselt ziet er trouwens van buiten prachtig en verzorgd uit, maar binnenin heeft ze meer weg van een mix tussen restaurant en feestzaal. Getuige ook de vele auto’s buiten: hier was duidelijk een stevig feestje gepland die zondagmiddag. En dat zou zich de hele namiddag laten gevoelen – of die indruk had ik alleszins: het beperkte aantal kelners dat we zagen rende van hot naar her, wachttijden zwollen aan, ons uitje duurde van 12.45 uur tot 17.15 uur. Toch wel héél stevig voor vier gangen.

coquilles figaroOver die vier gangen gesproken. Wij zakten af naar Figaro in de veronderstelling dat we de keuze hadden uit de verschillende menu’s die op de website geafficheerd worden – waaronder het aanlokkelijke Koningin Mathilde-menu voor 75 euro all-in, dat tot voor kort nog op de site stond, naar aanleiding van haar bezoek aan de zaak. Maar wat bleek? Eigenlijk konden we maar kiezen uit één menu op zondag – vier of vijf gangen – dat als volgt werd aangekondigd: “Een slaatje met sint-jacobsnoten, kabeljauw met eekhoorntjesbrood, hertenfilet, kaas en dessert”. Een wel erg summiere beschrijving van een menu waarvan op de website geen spoor was. Met enig aandringen kon daar nog een driegangenmenu van gemaakt worden (het hert viel dan weg) maar verder ging het niet. De enigszins onwezenlijke uitleg die daarvoor gegeven werd was: “Meneer, het is morgen onze sluitingsdag, en de chef geeft dan door wat we nog kunnen presenteren en wat niet”. Euhm… wat had dat te betekenen? Moesten de restjes opgemaakt worden? Ik zag de bui toen al hangen.

Het onweer brak helemaal los toen ik mijn voorgerecht kreeg: wat – was – dát? Drie forse sint-jacobsnoten, amper gebakken (en ik hou wel van kortgebakken coquilles, maar niet als ze verder frigokoud zijn), een beetje ongeïnspireerde sla, iets met witte kool en granny smith – ik snapte er niets van. De rest van de tafel was echter milder gestemd en at de nootjes met veel smaak op. Misschien was mijn bord gewoon niet zo geslaagd doorgegeven of was de combinatie niet echt mijn ding? Zou kunnen. En o ja, ik was zo teleurgesteld in de sint-jacobsnoten dat ik de hapjes en champagne even vergeet. Om kort te zijn: de champagne werd al ingeschonken gebracht en niet voorgesteld (waar ik de kriebels van krijg) (zeker als dat onbekende glas later 14 euro blijkt te kosten) en de hapjes waren best oké maar leken me eerder lopende-bandwerk. Na de coquilles volgde de kabeljauw: beetje vreemd qua presentatie, maar met de smaken zat het goed en dit visje was perfect gegaard. Enige hoop maakte zich van mij meester. De zowat drie kwartier wachttijd die daarop volgde voor het tweede voorgerecht, drukte die hoop echter vakkundig de kop in.

wijn figaroIntussen had ik wel al een best oké witte wijn besteld (The Ladybird, van Laibach voor 30 euro) en had ik op de erg klassiek Franse wijnkaart een pareltje van Mas Amiel gespot: Notre Terre 2005, een heerlijk gerijpte Côtes du Roussillon Villages voor 37 euro. Dat lieten we niet liggen. En de rode wijn werd voor mij ook de ster van de middag. Naast mijn moeder natuurlijk, die haar verjaardag vierde en die gelukkig genoot van de maaltijd, de omgeving en het gezelschap. En ik wou moeders feestje ook niet bederven. Het hert dat volgde was trouwens het wachten waard: perfect gegaard, klassiek met grand veneur-saus en voorzien van lekkere herfstgarnituur: peertje, stukje knolselder, pompoen. Best mooi!

Maar helaas: nog een klein uur wachten later kwam er zó een ongeïnspireerd nagerecht aan dat mijn enigszins herstelde humeur weer helemaal vertroebelde. Stukjes appel in een soortement cocktailglas (genre Cosmopolitan) met vanillecrème en een bolletje karamelijs, apart geserveerd. Er kwam ook niets extra’s voor de verjaardag van mijn moeder bij, terwijl ik die wel expliciet vermeld had in de reservatiemail. Diepe zucht. Ik spoelde alles door met koffie, maar zag opnieuw aan de overkant, bij vader en moeder, blije gezichten… Hm, misschien ben ik gewoon veel te kritisch. Maar ik vind toch dat, als je zo’n 100 euro per persoon neertelt, het helemaal in orde mag zijn. En dat je dan ook wat fijne service mag verwachten, een klein beetje gepamper – toch? Dat was hier allemaal slechts minimaal aanwezig – op de echt wel supervriendelijke ober-met-snor na, die de benen van onder zijn lijf liep. Een pluim voor die man, maar hij kon het gewoon niet bolwerken.

Gelukkig heeft moeder genoten van de namiddag, maar ik verliet Figaro in Hasselt met een triest gevoel. Ik kan zo meteen tien plekken opnoemen waar je véél beter kunt eten voor hetzelfde of een stuk minder geld. En ik begrijp ook in geen lichtjaren de score van Gault&Millau – laat staan de opwerpingen her en der dat dit restaurant misschien wel een Michelinster verdient. Ik vraag me trouwens af: waar wil dit restaurant in ’s hemelsnaam naartoe? Is dit een gastronomisch restaurant? Dat moeten kwaliteit en service een stuk beter, als je het mij vraagt. Of wil Figaro eerder een feestzaal zijn? Ik denk het laatste – maar dan met te weinig personeel, te hoge prijzen en op zijn minst wisselend resultaat.

Mijn favoriete adressen in Leuven (1)

Mieljaar! Dat het niet simpel is om zo’n blog te onderhouden! Ik geef het grif toe: na een stevige acht of negen of weet-ik-veel uren op het werk, is het niet eenvoudig om ’s avonds nóg eens achter het computerscherm te kruipen. Maar hé, als een mens een blog begint moet hij maar wat moeite doen, nietwaar. En ook: ik had je nog beloofd om mijn favoriete culinaire adressen in Leuven eens op te lijsten. Welaan dan, hier komt mijn lijstje.

Maar wacht: eerst moet ik nog wat gezeur kwijt. Over de restaurantscene in Leuven. Omdat ik het verdorie niet eenvoudig vind om in mijn thuisstad een plek om te eten te vinden die én goed van prijs is én easy going én ook nog eens degelijk van kwaliteit énnnnnn fijne wijnen per glas op de kaart heeft staan. Met andere woorden: waar is die betere bistro waar je met een gerust gemoed een eerlijk glas huiswijn kunt bestellen en ervan uit mag gaan dat de frietjes nog handgesneden zijn en gebakken volgens de regels van de kunst? Waar de vol-au-vent nog écht huisgemaakt grootmoederswijs is? En waar het bijbehorende slaatje een béétje creatief is aangepakt? Ik vind dat niet gemakkelijk in Leuven, om zo voor de vuist weg vijf plekken te noemen die dat nog echt goed doen, die typisch Belgische keuken. Jahaa, we hebben haute cuisine en we hebben goeie sushi en Italianen en best een paar degelijke frituren – maar een echt goeie bistro’s – laat staan bistronomie: ik weet het niet. Maar als jij het wel weet: vertel het me a.u.b. Eeuwige dankbaarheid is je deel. Maar in afwachting daarvan: mijn lijstje!

En ik dacht: ik maak meteen een lijstje van mijn favoriete adressen in Leuven en omstreken. Maar dat krijg ik allemaal niet in één blogpost gepropt, zo blijkt. Dus starten we gezwind met:

Leuven centrum

  • Rossi. Misschien moet ik maar beginnen met het restaurant dat mij in 2014 de meeste gelukkige avonden heeft bezorgd in Leuven: Rossi. Een Italiaan, jawel. Ik vind dat er veel doorsnee Italianen zijn in Leuven, maar chef Felice van Rossi bewijst dat het ook anders kan. Momenteel werkt hij vaak met een vast driegangenmenu, maar wat je daar voor 38 euro-of-wat-is-het krijgt, is echt wel top. Dit is Italiaanse gastronomie, geen Italiaanse keuken. Dus geen lasagne of spaghetti hier, maar een chef die de Italiaanse basisproducten neemt en – samen met zijn uiterst vaardige en beslist erg getalenteerde jonge souschef – aan het dansen gaat. Het resultaat is la cucina in haar meest funky vorm op het bord: creatief, soms gewaagd, soms bedrieglijk eenvoudig, maar altijd smaakvol, tasty, verrukkelijk. Ja, ik ben fan! Maar wel iets minder van de wijnen… De flessen komen nochtans van Selezioni Vini Italiani in Zonhoven – toch een referentie – maar de selezioni had naar mijn onbescheiden mening beter gekund. En goedkoper. Hoewel we de laatste keer een best wel lekkere fles kregen. Enfin, als je zou gaan: kies voor de wijnen uit het zuiden van Italië (Puglia, Sicilië) – meeste kans op plezier daar. En o ja, voor ik het vergeet: Felice zelf is een zeer aimabel man. Dat zal je wel merken!
  • Per Tutti. En als we het dan toch over Italianen hebben: Per Tutti is voor mij een mooie tweede in Leuven centrum. Klein ietwat donker restaurant met best mooie pastakaart (traditioneler weliswaar) maar kies toch vooral uit zijn suggesties. En ga dan voor de ravioli’s: het zijn de meest verfijnde en creatieve die je in Leuven kunt vinden. En de wijnkaart is ook al niet mis – niet zo goedkoop, maar wat ik er al van geproefd heb is zeker de moeite. De bediening kan soms, nou ja, wat zakelijk/stijfjes overkomen, maar ik ben ervan overtuigd dat de bedoelingen niet slecht zijn. Sla maar eens een praatje, ook met de chef – dat zal je zeker overtuigen. O ja, zalige tiramisu ook!
  • Bistro Lust. Zei ik nu hierboven dat het moeilijk was om een goeie bistro te vinden in Leuven? Waar de wijn ook nog eens goed zat? Dan vormt Bistro Lust een uitzondering op de regel. Hier vind je de pure Frans-Belgische keuken terug in een beste statige burgerwoning met nog eens een fijn klein zomerterras erbij. En wat meer is: je vindt hier lekkere wijn! Hoera!
  • Bistro Tribunal. Lap, nog een uitzondering op mijn idee dat het in Leuven hard zoeken is naar een goeie (vlees)bistro. Misschien moet ik mijn idee straks bijstellen. Bistro Tribunal is goed zes maanden open en onlangs ben ik er voor de eerste keer geweest. In het begin kreeg ik het er flink op mijn zenuwen: ik had hongerrrrrrrr en GOD wat duurde dat lang voor onze bestelling werd opgenomen – vooral omdat de chef ons eerst omstandig uitleg wou geven over het vlees. Maar hé, eens die chef achter zijn koeltoog met zowat tien verschillende soorten sappig rund stond, vergat ik alles. Wat een heerlijke vent! Wat een zalige stukjes vlees lagen daar zeg! Wij kozen onze portie uit, zagen dat het goed bereid werd, smulden en werden instant gelukkig. Het stukje galloway dat ik bij Tribunal heb gegeten, moet een van de beste steaks zijn geweest sinds lang. Aangevuld met perfecte frieten en een slaatje, goed gemaakte sausjes én een prima rode Spanjaard in het glas. Die kozen we van de glaskaart die maar liefst 12 wijnen per glas oplijst. Super! En een veel betere deal dan alle bekende Franse namen op de Echte Wijnkaart die er ook ligt – hou je er ver van; te duur en op het krijtbord vind je leukere dingen. Nee, als deze bistro zo doorgaat is dit een aanwinst voor Leuven.
  • Tres/Kokoon. De Munstraat vind ik een beetje een tourist trap in Leuven – nogal wat restaurants hier kunnen mij echt niet bekoren wegens matige kwaliteit. Maar dat is mijn mening natuurlijk. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Tres bijvoorbeeld, dat vroeger nog Tres Simple en Tres Chique was. Ik vond het toen beter – met die tapas waar je nog zelfs coquille als hapje kreeg! – maar ook nu nog is het degelijk. Alleen al omdat er steevast een zestal goeie wijnen per glas te krijg zijn. Omdat de champagne van Drappier is, ook. En omdat de kwaliteit van het eten doorgaans best oké is. Al was ik vorige keer niet meer echt overtuigd van de vol-au-vent van Mechelse koekoek, maar dat kan eenmalig zijn. Toch heeft de eigenaar een streepje voor bij mij: volgens mij heeft hij echt een hart voor goede wijn (zie ook zijn wijnkaart met een vast kurkgeld van 15 euro!) en van de vele keren dat ik er al geweest ben, heeft hij mij zelden ontgoocheld. Een evergreen dus, net als Kokoon, dat prijs-kwaliteit erg goed zit – zeker met hun menuutje en hun woks.
  • Wabi Sabi. Wel kijk, nog eentje uit de Muntstraat. En nu ik erover nadenk: Sakura is er ook nog. Dus allicht valt het nog wel mee met die Muntstraat :-). Bon, beide plekken kunnen me wel bekoren als het om sushi gaat – al is Wabi Sabi dan iets aangenamer zitten. En die laatste heeft ook zeer fijne curry’s; moet je zeker eens proberen. Maar wat beide nog wel missen: deftige wijnen. Ik weet het: ik heb zo stilaan wel genoeg gezeurd over wijn. Ik hou er even over op :).
  • Trente. Hopla, met Trente zijn we aanbeland bij het gastronomische luik van de stad. Vroeger was dit het rijk van de bekende chef Kwinten De Paepe, maar hij besliste in het voorjaar het restaurant te verlaten. Sindsdien bestieren chef Bart Springael en sommelier/gastheer David Daenens de plek. En waar ik vroeger soms vragen had bij sommige combinaties en vooral de porties (te klein voor mij) was dat bij mijn laatste bezoek aan Trente begin dit jaar – toen de zaak net overgenomen was door Bart en David – al voor een groot stuk anders. De combinaties zaten juist, de porties waren beter (maar naar mijn aanvoelen mocht het nog altijd ietssssjes meer zijn). En vooral: dit leek een heel ander restaurant. Warmer. Jovialer. Echter. Of was het gewoon sommelier David – die ik al op verschillende proeverijen tegenkwam – die het verschil maakte? Ik weet het niet. Want ondanks het feit dat we na de maaltijd het even hadden over… de porties, vind ik hem een uiterst vakkundig en goed sommelier/gastheer. Ik moet hier dringend nog eens teruggaan. Want ik denk dat dit een van de weinige echt gastronomische plekken is in de Leuvense binnenstad. Al heb ik horen zeggen dat de concurrentie van overbuur Essenciel (Souschef van Nuance** in Duffel! Maar nog steeds niet geraakt! Aaargh!) niet min is. En dan is er ook nog het volgende restaurant.
  • Beluga/Catch. Ha, Beluga! Wat een plek eigenlijk. Verstopt in een pralinedoos in een zijstraat van de Oude Markt. Een miniatuurrestaurant met een al even kleine keuken en een chef die één uit de duizend is. Als hij begint te praten – ook aan je tafel – stopt hij niet meer: over producten, bereidingswijzen, sauzen, leveranciers, wijnen… Een culinaire spraakwaterval – die het ook waar maakt op het bord. Ik heb in Beluga alleen nog maar erg lekker en verfijnd gegeten. Klassiek ja, met een vleugje eigenzinnigheid wel, dat ook doorschemert in de wijnen. Momenteel is het restaurant dicht voor verbouwingen – het wordt groter, dus vaarwel miniatuurtje – en heeft Wim een pop-up geopend aan het Hogeschoolplein, genaamd Catch. De opening zag er veelbelovend uit, ik moet er nu dringend echt eens langs. Ergens in april 2015 zou de nieuwe Beluga opengaan.
  • Mok/Noir. Aha, de delicatesseplekken – laten we die ook niet vergeten in centrum Leuven. Mok is mijn absolute favoriet als het op koffie aankomt. Waarom? Eén woord: passie. Praat tien minuten met Jens over zijn koffies en je weet wat ik bedoel. Ik heb hier de lekkerste koffies ever gedronken – en ik leer er telkens nieuwe dingen kennen als ik er kom. Zeker dus eens langsgaan; Jens & co. hebben het koffiehart op de juiste plaats en dat verdient alleen maar steun. Een goeie tweede op koffievlak in Leuven is Noir. De uitbater daar is ook een uiterst sympathieke kerel die werkt met de koffies van het bekende Antwerpse Caffènation. Fijne chillplek in de Naamsestraat.
  • Rondou/Elsen. Tja, hoeven deze plekken nog voorgesteld? Nee toch, wegens wereldberoemd in Vlaanderen en dé Leuvense trots. De een voor vlees, de ander voor kaas. Heerlijke vakmensen, uitzonderlijke producten. Als ik er voorbijkom, kan ik er zelden aan weerstaan om binnen te springen. Om fier op te zijn dat deze mannen nog steeds in Leuven zitten!
  • Long. Nog zo eentje die niet echt een voorstelling behoeft, gewoon het volgende: als je in Leuven op zoek bent naar wild, één plek: Long. Prijs-kwaliteit allicht de beste.
  • Convento. Heb ik natuurlijk al voorgesteld op mijn wijnpagina, maar het blijft geweldig: een jazzy wijnbar gecombineerd met antiek waar de wijnen dan ook nog eens stuk voor stuk top zijn. Stéphane en Katrien zijn supervriendelijke en gepassioneerde mensen die mij elke keer versteld laten staan van de kwaliteit die ze per glas aanbieden, tegen een prijs waar mening resto/café een puntje aan kan zuigen. Ontegensprekelijk dé wijnbar van Leuven!
  • Stappato. Hola, nog een wijnwinkel, jawel! Hier moet je doorgaans ietssssjes dieper in de buidel tasten, maar wat je in ruil krijgt is dan ook de moeite. Zonder meer dé referentie in Italiaanse wijnen in de Leuvense binnenstad. Renato maakt je wegwijs in het meest uiteenlopende aanbod van Piemonte over Toscane tot het warme zuiden. Vertrouw maar op hem, hij weet waarover hij spreekt. Mijn favoriete wijn aldaar: de Rocca di Montegrossi – zalige chianti classico.
  • NieuweWereldWijnen / Hungaria. Jahaa, de Vaartkom is nogal getransformeerd de laatste jaren. Gelukkig bleef Hungaria overeind temidden van al het getimmer. Een héél klein beetje New York-pakhuisgevoel in Leuven, met best een goede eet- en wijnkaart. Het niveau kan al eens variëren, maar eerst iets lekkers eten boven en daarna beneden de avond voortzetten in het café is best aangenaam. En onlangs ontdekte ik op een boogscheut van Hungaria NieuweWereldWijnen, een nieuwe wijnhandel warempel. Nog niet geweest, maar het is een stukje van dezelfde winkel in Zoersel – en die heeft goed spul in huis (zeker ook wat Amerikaanse wijnen betreft). Daar moeten we dus dringend eens langs.
  • Bar del Sol/Carlisse/STUKcafé. Gewoon, als je een leuk café zoekt. Bar del Sol is mijn absolute favoriet. Tikje bruin café, oude lampen, grappig Provençaals terras aan het begijnhof van Leuven – heerlijke setting & dito sfeer. Carlisse aan het Ladeuzeplein is goed voor gin tonic en STUKcafé voor na de film. Gezellige sfeer, meer moet dat niet zijn.
  • De Smullende Heks. En dan, om af te sluiten: de beste frituur van Leuven. Ja, er is Fonske in de Muntstraat, maar voor mij blijft De Smullende Heks toch de beste frituur. Dicht bij het station in de Diestsestraat. En qua sfeer? Leuvenser kan je het niet vinden :-).

Nou, dat was al een behoorlijk lang lijstje, nietwaar. Voor de adressen rond Leuven reserveer ik dus een aparte blogpost. To be continued! En laat ook eens horen wat je er zelf van denkt of wat jouw favoriete plekken zijn!

Comme Chez Soi: history on a plate

“Beste Filip, bij deze wil ik je van harte uitnodigen op vrijdag 12 september om 12 uur, aan de gastentafel in de keuken van Comme Chez Soi.”

IMG_3554Het klonk als een onwezenlijk zinnetje in een onwezenlijke stad op een onwezenlijk moment: midden in de nacht op hotel in Hong Kong. Het zinnetje kwam uit een mail die een uitnodiging bleek te zijn van Chrissy van pr-bureau Sparkies. Via de contactpagina van deze site nodigde ze me uit om de wijnen van een zeker domein Baron d’Escalin uit de Rhônevallei te ontdekken. Ik kende het domein niet, maar ik kende Comme Chez Soi natuurlijk wel. En ik dacht: al zijn de wijnen nog rotslecht, de kans om in Comme Chez Soi te mogen dineren aan de gastentafel (naast de keuken dus), die laat ik niet aan mij voorbijgaan. En dus antwoordde ik in mijn hotelkamer in Hong Kong, midden in de nacht: ja Chrissy, ik kom!

IMG_3562IMG_3563Comme Chez Soi is voor mij verbonden met culinaire geschiedenis. Wat ook over de voormalige topchef Pierre Wynants gezegd wordt: hij heeft zijn eethuis uitgebouwd tot het culinaire epicentrum van België. Vroeger, natuurlijk, toen Comme Chez Soi nog drie sterren had en binnenlandse en buitenlandse beroemdheden rijtje schoven om er te kunnen dineren. Het huis ademt die geschiedenis: in zijn prachtige art nouveau-interieur, maar ook door talrijke bordjes aan de muren – van Gault&Millau bijvoorbeeld of van de vele bekende mensen die graag lieten weten dat ze hier hun voeten onder tafel schoven. En eigenlijk – laat ik het maar meteen zeggen – eigenlijk dáárom moet je er naartoe. Niet noodzakelijk voor het eten. Natuurlijk, dat staat op hoog niveau: schoonzoon Lionel Rigolet is een vaardige kok. Maar twee sterren en een 19/20 in Gault&Millau? Ik weet het niet. Volgens mij speelt de geschiedenis hier ook zijn spel, zeker als ik vergelijk met andere tweesterrenzaken waar ik al mocht vertoeven, zoals Bartholomeus, Nuance of ’t Zilte. Maar daarover later meer.

IMG_3550Want ik was hier natuurlijk in de eerste plaats om wijnen te degusteren, van een domein uit de Rhône. Niet zomaar een domein, zou na de uitgebreide lunch blijken. Toen sloeg ik een praatje met de eigenaar Michel Verspeelt. Een prille dertiger met branie, dat kan ik u vertellen. Afgestudeerd als bio-ingenieur, naar Frankrijk getrokken, een wijnopleiding gevolgd in Montpellier en dan met de hulp van een Luxemburgse investeringsmaatschappij een domein van 180 hectare kunnen kopen. Nog eens flink geïnvesteerd in materiaal en professionele begeleiding en ziedaar: vandaag kon Verspeelt drie echt wel mooie wijnen presenteren, die we degusteerden bij een al even mooi menu. Jardin d’Escalin, Esprit d’Escalin en Domaine d’Escalin. De eerste en de laatste 100 % syrah, de tweede ongeveer voor de helft syrah en grenache. Uit een wijngaard die met respect voor het milieu wordt bewerkt (hoera!) en vooral gekenmerkt wordt door keien en kiezels, met olijfbomen en lavendel rondom. Juist ja: zo’n wijngaard waar we allemaal van dromen.

De wijnen zelf konden me wel bekoren: technisch perfect gemaakt (maar dus niet wild of avontuurlijk), met telkens een mooi evenwicht én vooral – toch niet eenvoudig in het warme zuiden – een grote frisheid. En dat is wel nodig bij alcoholpercentages van 14 procent of meer; anders ben je zo’n wijn na twee glazen beu omdat hij te zwaar overkomt. Nee, dit is knap werk van de jonge Antwerpenaar die naar Montélimar trok en een ambitieus project aanging. Enkel de prijzen – van 15 over 18 tot 25 euro – zullen de doorsnee consument misschien afschrikken. Maar wat je voor 25 euro in je glas krijgt is wel niet min: de Domaine d’Escalin, bijvoorbeeld, had wel nog wat tannines present maar toonde zich vooral een stevige, erg gestructureerde, gelaagde partner bij de wilde eend en eendenlever die de chef op tafel bracht. Maar zoals dat altijd gaat bij wijn: proef hem vooral eerst zelf! Want voor ik 25 euro aan een fles uitgeef, denk ik ook twee keer na. In dat opzicht is de tweede wijn – de Esprit – misschien een net iets betere deal: ook complex, wat mineralig, maar vooral kruidig, met zuren die voor lekker wat frisheid zorgen. Enfin goed: 15, 18 en 25 euro – ik vind dat sowieso niet meteen goedkoop voor een fles. Maar dat ben ik natuurlijk.

IMG_3544IMG_3547IMG_3549Trouwens, over de eend & co. gesproken: ik heb u nog niets verteld over de gerechten! Die waren dus prima, zoals eerder al gezegd, verfijnd, maar ze baadden toch wat in een klassieke sfeer – ook al door de Uiterst Deftige bediening die klaarblijkelijk nog steeds bij deze plek hoort. Eerste gerecht was cannelloni van kalf met pijnboompitten, Beaufortkaas en emulsie van ansjovis. Leuk gepresenteerd, zacht, smeuïg, bitter en zoet op één bord – een fijne opener. Volgde daarop wilde heilbot en Bretoense kreeft met fregola sarda (bolletjespasta), rode peper van Pondichéry en een reductie van rode wijn en citroentijm. En daarbij werd dus de rode Rhônewijn geserveerd. Ik keek er eerst raar van op, maar moest toegeven dat het steek hield: de frisheid en de stevige smaken van het gerecht kwamen mooi terug in de wijn. Had ik niet verwacht! Het hoofdgerecht werd dus wilde eend en gegrilde eendenlever, in een licht en kruidig sausje waarin de syrah haar sporen liet, plus boschampignons en chutney. Die laatste zorgde opnieuw voor de frisse toets bij de boterzachte eend en eendenlever. Opnieuw zeer mooi. Afsluiten deden we met een cacao zandkoekje, chocolade, crémeux van passievrucht en sorbet van framboos, met gember en limoen. Het zag er zeer bewerkelijk uit, maar het bleef mij niet echt bij.

IMG_3555Versta me niet verkeerd: ik heb zeer genoten van dit menu, alles was perfect in orde, weinig of niets op aan te merken. Maar voor mij bracht het iets te weinig spanning, verrassing, avontuur – zoals ik het al ervaren heb op die andere plekken waar ik het over had. Nu ja, dit is natuurlijk een plek met een verhaal en een bestemming. En dat verhaal is klassiek, dat ademt elke porie van dit huis. Je kunt hier ook gewoonweg niet rock-‘n-roll gaan; het kader en het clientèle passen daar niet bij. Dus kiest Rigolet duidelijk voor een ‘klassieke keuken in een modern jasje’ zoals dat heet: vaardig, smaakvol, maar dus niet mind-blowing. En net dat verwacht ik wel van een top-sterrenzaak die ook van Gault&Millau de hoogste onderscheiding krijgt. En tot slot: ik vraag mij af of Rigolet niet pas écht kan uitbreken en zijn duivels kan ontbinden als hij op een andere plek kan koken. Dit huis is eigenlijk een culinair museum van, zeg maar, de voorbije vijftig jaar. Ik denk dat dat nog steeds zijn invloed heeft op de keuken die je daar kan brengen.

Alle info over Comme Chez Soi vind je op hun site (commechezsoi.be). De wijnen zijn te krijg bij PJ Vermeiren, Gelaarsde Kat Plein 8, 1180 Brussel – 02 374 90 33.

Waarom Pure C een must is

Dat ik er al lang naar aan het uitkijken was, naar Pure C. Maar: we hadden afgesproken om het in de zomer te doen. Niks mooiers dan gastronomisch dineren met zicht op zee en daarna een lange strandwandeling. Bijgevolg werd het augustus, ook al omdat een plaatsje vinden in het weekend in de zomer niet eenvoudig was. Zondagen zitten snel al weken vol, maar een paar zaterdagmiddagen waren nog open. En dus werd het zaterdag 16 augustus. Eindelijk.

Pure C heb ik al een tijd in de gaten. Heel veel goeds over gehoord en natuurlijk een van de geesteskinderen van driesterrenchef Sergio Herman. De jonge Syrco Bakker staat er achter de potten en dat hij dat niet slecht doet, bewees zijn eerste Michelinster in 2011 – amper anderhalf jaar na de opening van het restaurant. Bovendien hoorde ik vooral veel lof over de prijs-kwaliteitverhouding, en dan ben je natuurlijk extra geïnteresseerd. Want als ik intussen één ding uit mijn favoriete hobby heb geleerd, dan is het wel dat je nergens zo goed prijs-kwaliteit eet als in de Belgische éénsterrenrestaurants – en daar neem ik voor de gelegenheid Cadzand-zo-net-over-de-grens dan maar even bij :).

Bon, de eerste indruk viel eigenlijk wat tegen. Pure C zit verborgen in een oude, wat protserige appartementsblok. Genre jaren 1980, beetje triest beton. Maar, laten we daar meteen maar bij zeggen dat het ook een zégen is om voor de rest in Cadzand niet van die vreselijke hoogbouw te zien waarmee onze Belgische dijken zijn volgebouwd. Hier is nog ruimte, hier kun je nog écht over land en zee turen. Trouwens, de verstopte locatie is meteen het enige noemenswaardige nadeel. Want nadat je de deur van Pure C hebt opengedaan, begint het feest.

Wij werden vlot en joviaal verwelkomd, naar onze tafel geleid en om een aperitief gevraagd. Mijn gezelschap had al uitgekeken naar een lekkere gin-tonic, ikzelf was benieuwd naar de huischampagne. Die laatste werd eentje van het domein Dehours, 100 % pinot meunier, een druif die normaliter in een cuvée wordt vermengd met pinot noir en chardonnay voor de doorsnee champagne, maar hier mocht ze dus solo gaan. Met reden! Een prachtige, zuivere, pure, uiterst smaakvolle champagne kwam in mijn glas. Super opener! En naast mij werd al evengoed gejuicht: mooie kruidige gin die een lekker cleane tonic meekreeg en in het glas werd vergezeld van stukjes kaneelstok, een anijsster en wat kruidnagel in de limoen. Heel leuk gepresenteerd, aan ons erg relaxte tafeltje dat aan een halve-cirkel-bank direct zicht gaf op zee. Mijn gezelschap was in haar nopjes met de losse sfeer en de gezellige kussentjes op onze bank en ikzelf werd instant gelukkig van het zeezicht…

IMG_3345En dan moesten de hapjes nog komen. Het werden er drie: een soort chips van kabeljauwhuid (!) met brandade, duindoornbes en rucola gecombineerd met een gillardeau-oester, boekweit en geitenkaas en tot slot wortel met dukkah, crème cru en foie gras. Allebei waren we het over eens dat de oester de ster van de hapjes was: lekker fris, maar toch smeuïg en erg uiteenlopend in smaken. En o ja, die duindoornbes (een uiterst gezond besje uit de Nederlandse duinen) en de dukkah (een Egyptisch kruidennotenmengsel) heb ik ook moeten opzoeken. Maar daarvoor ga je naar dit soort plekken natuurlijk.

IMG_3346Volgde ons eerste voorgerecht. We hadden geopteerd voor het zesgangenmenu (je kon ook voor de acht gaan, maar zes leek ons al wel stevig genoeg), met wijnarrangement voor mij (45 euro) en bob-wijnarrangement voor haar (17, 5 euro). De wijnkaart zelf had ik natuurlijk ook bekeken, interessante selectie, maar niet goedkoop… Wat me even bij de prijs brengt: 79 euro voor zes gangen – ik vond dat een meer dan faire deal op dit niveau. De wijn tikt wel wat aan – je krijgt trouwens zeker voldoende, maar zeker ook niet te veel – en ook de champagne of gin (beide rond de 15 euro) en de koffie achteraf (9,50 euro) verhogen de kosten. Maar alles bij elkaar genomen, vond ik de rekening niet te veel voor een éénsterrenzaak. Maar oei, nu ben ik al over het einde bezig. Niet goed zo, snel terug aan tafel!

Het eerste voorgereIMG_3355cht werd een tartaar van roodbaars, scheermes, huacatay (Peruviaanse zwarte munt) en komkommer. Een heerlijk frisse opener, super qua texturen en mondgevoel en erg goed op smaak gebracht. Daarbij kwam een Zuid-Afrikaanse sauvignon-semillon van Newton Johnson – mooie Bordeaux-style partner was dat. Aan een goed tempo kwam daarna het tweede voorgerecht: een befaamde – zo leerden wij ter plekke – carabineros-gamba, met verveine, algen en limoen. Opnieuw een zeer geslaagde combinatie, die frisheid en smeuïgheid en de zachte maar toch intense smaak van de gamba mooi combineerde. In beide gerechten viel mij trouwens de frisheid op, het evenwicht, de finesse. Twee gerechten ver, en ik was eigenlijk al verkocht. Misschien één dingetje dat ik niet begreep: de kop van de gamba werd apart geserveerd, om lekker uit te zuigen (tot daar kon ik volgen) maar helaas viel er niet veel uit te zuigen… Bovendien werd dit gerecht met twee wijnen gecombineerd: een cheverny uit de Loire die voor mij net iets te hoog in zuren was en een sherry oloroso, voor bij de kop van de gamba, waarin jus zat op basis van de sherry. Helaas overheerste de sherry volgens mij op het geheel en bovendien ben ik niet zo’n fan van versterkte drank midden in de maaltijd.

IMG_3352Maar ach, niet getreurd, want daar was gerecht drie al: suino nero di Calabria (zwart Italiaans varkentje, waarvan het spek werd vermalen tot fijne crumble) met spinazie, tarwegras, paddenstoelen en hoeve-ei. Een heerlijk spel van smaakstructuren in de mond: van knisperend over smeuïg tot lopend. Top! En toen moest de pièce de résistance nog komen: een perfect zacht bereide tong (de bereiding werd ons trouwens vakkundig aan tafel toegelicht, maar helaas kan ik het je niet navertellen – iets met hooi en zachte garing) gecombineerd met perfecte partners: biet, waterkers en rabarber. Zacht, bitter, zuur op één bord in een perfect huwelijk. Een mooie climax ook, en dat is fijn, want hoe vaak gebeurt het niet dat het eerste voorgerecht eigenlijk het meest geslaagde gerecht blijkt… Bij de tong kwam een wijn die mij richting Zuid-Frankrijk deed denken, maar uiteindelijk uit Noord-Spanje bleek te komen: xarel-lo van Marques de Gelida, uit de Penedes, waar die druif natuurlijk een vast onderdeel vormt van de cava. Maar hier dus niet: mooi gerijpt op houten vaten, een ronde volle wijn die toch voldoende zuren bezat. Deze Clot del Roure deed mij ook denken aan een perfecte chardonnay bij zo’n tongetje, maar dan toch weer helemaal anders.

IMG_3353Enfin, wij waren zeer voldaan – wat zeg ik: toch wel redelijk in de zevende hemel – maar natuurlijk keken we ook nog uit naar de twee nagerechten: chocolade, bosbes, zuring en pistache, gevolgd door wijngaardperzik, amandel en tchuli-peper. Van het eerste heb ik helaas geen foto gemaakt – ik maak ook niet graag te veel foto’s op zulke momenten – en dat is jammer. Want het moet echt een van de beste nagerechten geweest zijn in tijden. Zo’n fantastische combinatie van structuren en smaken, we gingen allebei door het dak. En dan kregen we daar ook nog eens een prachtige huxelrebe beerenauslese uit 1994 (Weingut Meiser) bij geserveerd. (Sommelier van dienst is hier trouwens Lotte Wolf, die vroeger nog in ’t Zilte werkte en meewerkte aan mijn eerste wijnboek.) Wat – een – feest! Het tweede nagerecht zag er vernuftiger uit en was zeker ook lekker, maar vooral het eerste zal me nog lang bijblijven.

We sloten af met IMG_3354koffie en fijne zoetjes op het terras – lekker winderig, maar gelukkig scheen de zon – en we waren intussen helemaal gelukkig geworden van deze plek, van Pure C. Sergio liegt niet als hij op zijn site zegt dat je in Pure C relaxed gastronomisch kan genieten, van een toegankelijke éénsterrenkeuken. Dat is gewoon zo, punt. En zoals het Sergio betaamt, heeft hij oog voor elk detail – van de G-Star-pakjes van de obers over het zeewierbroodje tot de extra servetjes bij de gamba’s: alles klopt hier. Pure C was een voltreffer, een heerlijke ervaring. Prijs-kwaliteit zit het meteen bij mijn toppers. Een zeer uitgekiende, evenwichtige en vooral lekkere keuken, met een onbetaalbaar uitzicht, in een losse sfeer. Daarom moét je erheen. En wel nu, voor er twee sterren volgen en alles toch een beetje zal veranderen… Allicht ook de prijs.